Naar de inhoud
0

Winkelwagen

Geen producten in de winkelwagen.

Testen en meten

Een stabiel rifaquarium begint bij inzicht. Elke maandagavond kun je bij Aquaasan Corals terecht om je zeewater te laten testen, zonder afspraak. We meten de belangrijkste waarden en geven je meteen advies over wat je ermee moet. De testservice kost 8,50 euro. Neem een potje water mee van ongeveer 100 ml, dan helpen we je direct aan de meettafel. We zijn op maandag geopend tot 19:00.

Het meten gebeurt met de hand door Jeffrey, en kan daarom alleen op maandag. Wil je door de week meten, dan kan dat via de aquaspin. Die meet ook pH, nitriet en ammonium.

Waarom testen zin heeft

In een zeeaquarium hangt alles met alles samen. Kleine verschuivingen in je waterwaarden hebben grote gevolgen voor koralen, vissen en ongewervelden. Meten laat je zien wat er gebeurt voordat je het aan je dieren kunt aflezen. Als een koraal zichtbaar achteruitgaat, ben je meestal al weken verder.

Een belangrijke nuance vooraf: stabiliteit weegt zwaarder dan het perfecte getal. Een bak die al maanden op 8 dKH draait is beter af dan een bak die tussen 7 en 11 heen en weer schiet omdat de eigenaar steeds bijstuurt naar het ideaal van dat moment.

De belangrijkste waarden

Hieronder de bandbreedtes die in de vakliteratuur worden aangehouden. Ze lopen tussen bronnen wat uiteen, dus zie het als een gebied en niet als een exact doel.

  • KH (carbonaathardheid): 7 tot 11 dKH. De voorraad bouwstof waarmee koralen hun skelet maken. Zakt dit te ver weg, dan stopt de groei en wordt je pH instabiel. Te hoog geeft kalkaanslag op verwarmers en pompen.
  • Calcium: 380 tot 450 mg/l. De tweede bouwsteen van het skelet. Onder de 360 wordt het voor steenkoralen, kalkroodalgen en schelpen lastig. Boven de natuurlijke waarde van ongeveer 420 levert extra doseren geen extra groei op.
  • Magnesium: 1250 tot 1400 mg/l. Houdt calcium en carbonaat in oplossing. Hierover verderop meer, want dit is de meest onderschatte waarde.
  • Nitraat: 2 tot 10 mg/l. Een beetje is nodig. Te veel geeft algen en bruine koralen, te weinig geeft bleke koralen en vergroot de kans op dinoflagellaten.
  • Fosfaat: 0,02 tot 0,10 mg/l. Zelfde verhaal als nitraat. Streven naar nul is achterhaald advies.
  • Zoutgehalte: 35 ppt, oftewel ongeveer 1,025 bij 25 graden. Vermeld altijd de temperatuur erbij, want die bepaalt de meting mee.
  • Temperatuur: 24 tot 27 graden. De lagere adviezen zijn een praktische keuze: koeler water houdt meer zuurstof vast, wat scheelt bij stroomuitval.
  • pH: 8,0 tot 8,4. Iets lager in de nacht is normaal.

Nitraat en fosfaat: het advies is veranderd

Kom je oudere teksten tegen die zeggen dat nitraat en fosfaat zo dicht mogelijk bij nul moeten liggen, dan is dat verouderd. Dat inzicht is de afgelopen jaren bijgesteld. Koralen hebben voedingsstoffen nodig, en een te schone bak geeft bleke koralen en een hoger risico op hardnekkige plagen zoals dinoflagellaten. Meet je nul, dan is bijvoeren of doseren een serieuze optie.

Waarom KH, calcium en magnesium bij elkaar horen

Dit verband verklaart de meeste doseerproblemen die we in de winkel voorbij zien komen.

Koralen bouwen hun skelet uit calciumcarbonaat. Ze verbruiken calcium en carbonaat in een vaste verhouding, dus die twee waarden dalen samen. Als vuistregel: elke 2,8 dKH die je verbruikt, gaat samen met ongeveer 20 mg/l calcium. Daarom doseer je bij een tweecomponentensysteem beide delen in gelijke hoeveelheden.

Magnesium speelt een andere rol. Je aquariumwater bevat meer calcium en carbonaat dan er chemisch gezien in oplossing zou kunnen blijven. Dat het toch niet massaal neerslaat, komt vooral door magnesium. Het hecht zich aan beginnende kalkkristallen en stopt de groei ervan.

Zakt magnesium te ver weg, dan gebeurt er iets verwarrends: je doseert calcium en KH, maar de waarden stijgen niet of zakken zelfs. Het slaat neer op je verwarmer en pompen in plaats van dat het in het water blijft. Zie je witte aanslag op apparatuur en lijkt je dosering niet meer te werken, meet dan eerst magnesium.

Nog een detail dat hierbij hoort: hoe hoger je KH aanhoudt, hoe sneller je hem verbruikt. Een hoge KH is dus geen eenmalige correctie maar een blijvend hogere dosering.

Hoe vaak moet je meten

Nieuwe bak: tijdens het inrijden dagelijks ammoniak en nitriet, tot beide op nul staan. De rest wekelijks. Reken erop dat de meeste waarden de eerste zes tot twaalf maanden nog bewegen.

Ingedraaide bak: KH is de waarde die het snelst beweegt en verdient de hoogste frequentie, wekelijks tot een paar keer per week bij veel steenkoralen. Nitraat en fosfaat wekelijks. Calcium en magnesium bewegen langzamer; afhankelijk van je bezetting volstaat elke week tot elke maand. Temperatuur en zoutgehalte controleer je bij elke waterwissel.

Na een wijziging: begin je met een nieuw doseerproduct of pas je de dosering aan, meet dan een paar dagen dagelijks. Zo leer je wat het middel in jouw bak doet.

Druppeltest, ULR of ICP

Een gewone druppeltest voldoet prima voor KH, calcium, magnesium en nitraat. Bij fosfaat wordt het lastiger, want de streefwaarden liggen zo laag dat je vrijwel identieke kleurtinten met het blote oog moet vergelijken. Daarvoor bestaan ULR-tests, waarbij ULR staat voor ultra low range: gekalibreerd op zeer lage concentraties.

Let bij die tests op wat je precies meet. Sommige meten fosfor en niet fosfaat. Om van fosfor naar fosfaat te komen vermenigvuldig je met ruim drie. Wie een uitslag van 20 ppb fosfor leest als 0,02 mg/l fosfaat, zit er meer dan drie keer naast.

Een ICP-analyse is iets anders. Daarbij stuur je een monster naar een laboratorium dat tientallen elementen tegelijk meet, tot in zeer lage concentraties. Dat legt sporenelementen en vervuiling bloot die je thuis niet kunt meten, bijvoorbeeld koper of aluminium. Ook je osmosewater kun je laten controleren, wat een versleten filter aan het licht brengt.

Wees wel eerlijk over de grenzen. ICP meet elementen en geen verbindingen, dus de fosfaatwaarde op zo’n rapport is een omgerekend getal. De resultaten worden geschaald op de aanname dat je bak op 35 ppt zit. En laboratoria geven onderling meetbaar verschillende uitslagen op hetzelfde water. Zie ICP dus als aanvulling op je druppeltests, niet als vervanging.

Ons advies: krijg eerst je basiswaarden maanden achtereen stabiel met gewone tests. Pas daarna voegt ICP iets toe. De beste momenten om een ICP te doen zijn wanneer je een probleem hebt dat je met standaardtests niet kunt verklaren, of juist wanneer alles goed gaat, zodat je een eigen referentie hebt om later naar terug te sturen.

Fouten die de uitslag onbruikbaar maken

  • Verlopen of te lang geopende reagentia. Kijk niet alleen naar de houdbaarheidsdatum maar noteer ook wanneer je het flesje hebt geopend. Tests kunnen na een maand of zes na opening structureel te laag gaan lezen.
  • Niet schudden volgens de instructie. Veel reagentia zakken uit. Volg wat de bijsluiter zegt, niet meer en niet minder.
  • Verkeerd afgelezen volume. De onderkant van de watercurve hoort op de streep te staan. Een spuitje werkt nauwkeuriger dan het buisje in de bak dompelen.
  • Slordig druppelen. Halve druppels of luchtbellen in de tuit verschuiven de uitslag zichtbaar. Bij twijfel opnieuw beginnen.
  • Kleuren beoordelen bij slecht licht. Doe het bij daglicht of altijd bij dezelfde lamp.
  • Meten op wisselende momenten. Waarden schommelen over de dag. Meet op een vast tijdstip, en voor pH pas nadat de verlichting minstens een uur aan is.
  • Merken door elkaar gebruiken. Verschillende merken lezen structureel anders, en er is geen officiele ijkstandaard voor hobbytests. Kies een merk per waarde en houd dat aan. De trend binnen een systeem zegt meer dan het absolute getal.
  • Overcorrigeren op een enkele meting. Controleer een afwijkende uitslag eerst, corrigeer daarna langzaam over dagen. Verander nooit meerdere waarden tegelijk, want dan weet je achteraf niet wat werkte.
  • Alleen meten als het misgaat. Zonder metingen uit de goede periode weet je niet waar je naar terug moet.

Kom langs op maandagavond

Twijfel je over een uitslag of weet je niet welke kant je op moet sturen? Neem een potje water mee van ongeveer 100 ml. We meten het aan de meettafel en kijken samen wat er aan de hand is. Kom je liever eerst met een vraag, stuur ons dan een bericht via WhatsApp.

Hiermee test je je water

Wil je zelf meten tussen de testavonden door? Dit heb je nodig.

Bekijk het hele assortiment

Veelgestelde vragen

Wat kost de testservice?

De testservice kost 8,50 euro. Je kunt elke maandagavond zonder afspraak langskomen om je zeewater te laten testen, en je krijgt het advies er direct bij.

Welke waarden worden er gemeten?

We meten KH (carbonaathardheid), calcium, magnesium, nitraat, fosfaat en het zoutgehalte. Dat zijn de waarden waarop je een rifaquarium stuurt.

Wat kost verzenden van droge producten?

Verzenden binnen Nederland kost 8 euro. Kies je voor afhalen in de winkel, dan betaal je geen verzendkosten. Je ziet het bedrag in je winkelwagen voordat je afrekent.

Kan ik advies krijgen voordat ik bestel?

Ja. Stuur ons een bericht via WhatsApp of loop binnen tijdens openingstijden. We denken graag mee over wat past bij jouw bak, je ervaring en de bewoners die je al hebt.